IJsland is geen land voor strakke planningen. Het weer verandert per uur, wegen kunnen tijdelijk dicht zijn en sommige uitzichten zie je pas echt goed als de wolken nét op tijd openbreken.

Als je helemaal in de flow van Ijsland komt is 11 dagen te weinig om het hele eiland rond te rijden. Onze reis was daarom niet lang genoeg om het hele eiland rond te gaan, maar wél perfect om de zuidkust uitgebreid te verkennen op een comfortabel tempo. Met de dagen die we over hadden bezochten we ook het schiereiland Snæfellsnes in het westen. Daardoor reden we de zuidkust deels twee keer. Dat bleek uiteindelijk een groot voordeel: als het weer op dag één tegenzit, krijg je op de terugweg gewoon een tweede kans. En in IJsland is dat geen overbodige luxe.

Hieronder neem ik je mee in onze route.

Dag 1 – Aankomst in Reykjavik

Na vertrek vanaf Schiphol landden we in Reykjavik. Na het ophalen van de auto reden we naar ons appartement in de stad. Reykjavik is compact, kleurrijk en overzichtelijk. Perfect om even rustig te landen, wat rond te wandelen en alvast te wennen aan het IJslandse tempo. De sfeer is ontspannen en alles voelt klein en dichtbij.

Dag 2 – Walvissen en Reykjavik ontdekken

De volgende ochtend stonden we in de haven van Reykjavik voor een whale watching tour, een heerlijke manier om kennis te maken met de Ijslandse natuur. Eerlijk is eerlijk: met een walvistour moet je geluk hebben. Soms zie je niets en soms komen de walvissen heel dichtbij. Wij hadden het geluk dat er een bultrug naast de boot bleef drijven!

Later op de dag verkenden we de stad verder, met als highlight Hallgrímskirkja. Daarna bezochten we de Flóki Distillery, een lokale distilleerderij waar IJslandse whisky wordt gemaakt. Het is een leuke, minder standaard stop die je net even iets anders laat zien dan alleen watervallen en natuur.

Dag 3 – De Golden Circle richting Selfoss

We verlieten Reykjavik en reden richting Selfoss via de bekende Golden Circle. In Þingvellir National Park wandel je letterlijk tussen twee tektonische platen. Dit nationale park is echter niet de beste plek om de ruige landschappen van Ijsland te bewonderen. De geasfalteerde wandelpaden en vele toeristen halen de magie er voor mij op deze plek een beetje af. Verder in de reis zijn er gelukkig genoeg mooie plekken te vinden!

We reden vervolgens door naar Gullfoss, waar enorme hoeveelheden water met geweld een kloof in storten. Even verderop ligt het geothermische gebied van Geysir, waar Strokkur elke paar minuten uitbarst. Als laatste stopten we bij de krater Kerið, waar het felblauwe water scherp afsteekt tegen de rode rotsen.

Het is toeristisch, maar niet voor niets: het zijn bijzondere landschappen.

Dag 4 – Watervallen op weg naar Vik

Vanaf Selfoss reden we verder langs de zuidkust richting Vik. Dit stuk voelt als één lange aaneenschakeling van watervallen. Bij Seljalandsfoss kun je achter de waterval langs lopen. Vlak daarnaast ligt Gljúfrabúi, deels verscholen in een smalle kloof.

Verderop vind je Skógafoss, wat mij betreft de meest indrukwekkende waterval. Je kunt bij deze waterval ook via een trap omhoog lopen, vanaf daar kun je een hele vette hike lopen langs het water.

Op korte afstand ligt Kvernufoss, rustiger en via een aangelegd pad bereikbaar. De kenners van de serie Vikings zullen deze waterval zeker herkennen.

Dag 5 – Kloven en gletsjermeren

De dag begon bij Fjaðrárgljúfur, een diepe, kronkelende kloof die beroemd werd door een videoclip maar vooral indruk maakt door zijn vorm. Daarna wandelden we in het natuurgebied van Skaftafell, deze hike is totaal in het water gevallen door het noodweer. Het weer in Ijsland is en blijft de baas.

Nog verder naar het oosten bereikten we Jökulsárlón, waar ijsbergen vanaf de gletsjer in het meer langzaam richting zee drijven. Aan de overkant van de weg ligt Diamond Beach, waar stukken van dit ijs op het zwarte zand aanspoelen. Het aangespoelde ijs ziet er zo shiny uit dat het net diamanten zijn, vandaar de naam. Even verderop bezochten we ook Fjallsárlón, een rustiger gletsjermeer met minstens zo’n indrukwekkend uitzicht.

Dag 6 – Múlagljúfur en Vestrahorn

Een van de meest verrassende plekken van de reis was Múlagljúfur Canyon. Via een gravelweg bereikten we het beginpunt van de hike. Let op: om hier te komen moet je ongeveer 15 minuten over een gravelweg rijden en door een klein beekje heen. Als je niet harder dan 10km/u rijd is dit ook met kleinere auto's echt prima te doen. Het pad is minder druk en de uitzichten over de canyon zijn echt spectaculair. Ik vond dit een van de mooiste plekken van de reis.

Daarna reden we naar Stokksnes, een klein natuurgebied aan de voet van de Vestrahorn. Dit zal ongetwijfeld een fantastische berg zijn geweest, maar Iceland strikes again, deze was niet te zien in de regen. Je vind hier ook een verlaten vikingdorp wat ooit voor een film is gebouwd. Hier hebben ook opnames van The Witcher plaatsgevonden. Je kunt bij Stokksnes ook zeehonden spotten!

Dag 7 – Zwarte stranden en lavavelden

Op de terugweg richting het westen stopten we bij Reynisfjara, een heel populair zwart strand met iconische rotsformaties.

Vanaf Dyrhólaey heb je uitzicht over de kust en zee. Onderweg reden we ook langs het uitgestrekte moslandschap van Eldhraun. Dit is heel bijzonder om te zien.

Doordat we deze route deels opnieuw reden, zagen we hoe anders het landschap eruitziet bij ander licht en ander weer.

Dag 8 – Gletsjerwandeling en warmwaterbron

We maakten een gletsjerwandeling met gids op Sólheimajökull. Hierbij loop je met sneeuwschoenen en bijlen over het ijs. Het is indrukwekkend om over de gletsjer heen te lopen en te zien hoe groot deze nou echt is, absoluut een aanrader!

Later op de dag bezochten we Reykjadalur, dit zijn natuurlijke bronnen waar je kunt baden in een warme rivier midden in een groene vallei. Neem je zwemkleding en een lekker drankje mee om optimaal te ontspannen. Verwacht alleen niet al te veel privacy bij het omkleden, er staan schotten maar ook niet veel meer.

Dag 9 – Ontspannen en wandelen

We namen de tijd bij de Blue Lagoon, misschien wel de bekendste spa van het land. Het is heel toeristisch, maar wel fijn en ruim.

Daarna reden we naar Glymur, een van de hoogste watervallen van IJsland. We wandelden een stuk, maar bereikten de waterval zelf niet omdat de boomstambrug over de rivier ontbrak. Dat soort onverwachte situaties horen hier erbij.

De laatste dagen – Snæfellsnes

Met de laatste dagen reden we naar het schiereiland Snæfellsnes, vaak “IJsland in het klein” genoemd. Hier combineer je zwarte stranden, lavavelden, bergen en watervallen in relatief korte afstanden.

We bezochten onder andere het zeehondenstrand bij Ytri Tunga, de perfecte basaltzuilen van Gerðuberg en het zwarte kerkje van Búðakirkja. De ruige kust bij Djúpalónssandur, de rotsformaties van Lóndrangar en het smalle ravijn van Rauðfeldsgjá laten allemaal een ander gezicht van IJsland zien. We sloten af bij Kirkjufell, waarschijnlijk de meest gefotografeerde berg van het land.

Goed om te weten bij Snæfellsnes: hier zijn minder faciliteiten qua restaurants, supermarkten en openbare toiletten. Houd daar rekening mee en zorg dat je niet voor een gesloten winkel staat.

Deze route als inspiratie

In elf dagen kun je IJsland niet volledig zien. Maar je kunt wel de zuidkust uitgebreid ontdekken en Snæfellsnes toevoegen als extra dimensie. Door de zuidkust deels twee keer te rijden, geef je jezelf flexibiliteit. Slecht weer op dag drie? Dan heb je misschien op dag zeven strakblauwe lucht.

En dat is misschien wel de belangrijkste les van deze reis: in IJsland plan je een richting, geen schema.

Andries

Door Andries

Reisfanaat en natuurliefhebber